“Inglese?”, vraagt de medewerkster van het plaatselijke VVV-kantoor van Cosenza, een stadje diep in de laars van Italië. Verwonderd steekt ze haar hoofd buiten de deur. “Si!”, antwoord ik overtuigend in mijn beste Italiaans. De vrouw zet de deur op een kier en sloft naar binnen. Enkele minuten is ze uit ons gezichtsveld verdwenen. Even later drukt ze mij een stapeltje Engelstalige folders en plattegrondjes in mijn hand. Meteen valt de deur in het slot. Wederom blijkt dat je in Zuid-Italië met handen en voeten moet praten, want niemand – maar dan ook niemand – spreekt Engels.
Komische misverstanden
Natuurlijk kan ik het de VVV-medewerkster kwalijk nemen dat ze geen Engels spreekt. Dat doe ik niet. Het is beter om eerst voor eigen parochie te preken. Veel Nederlanders schatten hun schrijf- , lees- en luistervaardigheid veel te hoog in. Ze zijn gewend om typisch Nederlandse (spreek)woorden en gezegden letterlijk te vertalen in het Duits of in het Engels. Hilarische misverstanden zijn vaak het gevolg. De voorbeelden zijn legio: ‘There comes the monkey out of the sleeve’ (Engels), ’Mag ich hier eben bellen?’ (Duits) of ‘Un momento dado’ (Cruyff in het Spaans). En natuurlijk de moeder aller voorbeelden: ‘You have a nice cock’, als je in het Engels de kok wilt bedanken voor een voortreffelijke maaltijd.
Voorbereiding
Nederlanders zijn niet bang om een vreemde taal te spreken of om fouten te maken. Het geheim schuilt in een goede voorbereiding. Ben je verantwoordelijk voor de handelscontacten met Duitsland of Frankrijk? Spijker dan bij een taleninstituut je mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid bij. Ga je met de rugzak op vakantie in Calabrië? Neem dan een Italiaans-Nederlands woordenboekje mee en leer een aantal veel voorkomende zinnetjes uit je hoofd. Ook verdieping in de regionale cultuur, geschiedenis en keuken doet wonderen. Anders loop je de kans dat je nergens een gehaktballetje met jus kunt krijgen. Of dat je van de vakantieman op de landkaart moet aanwijzen waar Oostenrijk ligt en dat je weifelend met je vinger naar Marokko wijst.
Openingszinnen
Een bekend spreekwoord zegt ‘intern beginnen is extern winnen’. Fouten maken in het Engels, Duits of Frans begint vaak met te weinig kennis van je moedertaal. Dat geldt zowel voor schrijven, spreken als lezen. Elk jaar opnieuw ervaar ik dat het niveau van een aantal HBO-studenten onder de maat is. Allochtone studenten kunnen hier niet zoveel aan doen. Het Nederlands is tenslotte niet hun moedertaal. Ook Nederlandse studenten kan ik eigenlijk weinig kwalijk nemen. In de kroeg spreken ze op meesterlijke wijze openingszinnen uit als ze iemand willen versieren. Een fatsoenlijke sollicitatiebrief daarentegen krijgen ze niet op papier. Er wordt in het voortgezet onderwijs te weinig aandacht aan besteed.
Orde en tucht
Daarom pleit ik hier hardop voor een stap terug in de tijd. Om straks drie stappen vooruit te zetten. Terug naar de tijd van grammatica leren, woordjes stampen en zinnen ontleden. Terug naar de hoofdpersoon uit de roman Bint van Bordewijk. Die wist als geen ander wat jongeren nodig hadden: orde en tucht. Het heeft de generatie 50-plussers geen windeieren gelegd: zij beheersen hun moedertaal veel beter dan de jongere generatie.